Goulash

Hongaars! We doen hier weer van wereldkeuken, onvoorstelbaar zeg.
Het woord ‘goulash’ komt van het Hongaarse ‘gulyás’, wat ‘herder’ betekent. Wanneer er onderweg een beest ziek werd of niet meer mee kon met de kudde, werd er een stoofpotje van gemaakt. Tegenwoordig mag dat ook met een gezond beest hoor, gewoon van bij de slager. Koe, varken, kalf, het mag allemaal van mij.

Nodig (voor 4 personen)

  • 1 kg stoofvlees
  • 800 g gepelde tomaten
  • 800 ml kalfsfond
  • 2 eetlepels bloem
  • 1 groot blikje tomatenpuree
  • 3 laurierblaadjes
  • 3 eetlepels paprikapoeder
  • 400 g champignons
  • 2 paprika’s
  • 2 wortelen
  • 2 uien
  • 2 teentjes look, geperst
  • 2 gedroogde chilipepers

Bereiding

Een goulash, dat moet rustiek zijn. Dikke brokken vlees, dikke stukken groenten. Ja dat moet. Omdat ik het zeg. Dat maakt het trouwens alleen maar makkelijker.
De ajuinen in halve ringen, idem voor de wortelen, de paprika’s in stukken, de champignons in partjes.
Een kookpot met boter stevig heet laten worden.
Boter smelt eerst, dan bruist dat, dan stopt dat met bruisen en DAN moet ge uw vlees erin doen. Net voordat de boter bruin wordt. Zo hoort het.

Het vlees 2 minuten laten dichtschroeien (op een hoog vuur), dan de ajuin erbij. Als die lichtjes gefruit is en het vlees een mooi korstje krijgt: 2 eetlepels bloem toevoegen en mengen. Blussen met de kalfsfond en even roeren om het aanbaksel los te maken. En dan de rest van uw ingrediënten in de pot gooien. Gewoon zo. Hop. 3 uur laten pruttelen, afkruiden met peper en een beetje zout, en afwerken met een beetje peterselie.
Serveren met een koolhydraat. Brood, aardappelen, pasta, rijst, het past er allemaal bij.