Penne all'arrabbiata

Eigenlijk is het bizar dat dit recept nog niet op mijn blog stond, vermits het één van mijn lievelingsgerechten is. ‘Arrabbiata’ betekent ‘kwaad’ in het Italiaans, en een sugo all’arrabbiata is een pikante pastasaus met tomaten, look en rode peper. Door de pure smaken vind ik het ook een ideaal gerecht om de keuken van een Italiaans restaurant te beoordelen. Mijn favoriete Italiaan heeft het helaas van de kaart geschrapt, omdat échte arrabbiata-liefhebbers vaak gingen morren dat het niet pikant genoeg was, terwijl andere klanten exact hetzelfde gerecht terug naar de keuken stuurden omdat het té pikant was. Elke Italiaan zal het echter beamen, arrabbiata moet pikant zijn, net pikant genoeg zijn om uw mond lichtjes in vuur en vlam te zetten, maar ook niet zo pikant dat uw smaakpapillen het begeven. Afin, een precaire evenwichtsoefening dus. Probeer het maar eens, en voeg eventueel nog wat gemalen pili-pili toe als het nog niet pikant genoeg is. Geen tabasco, alsjeblieft, want die azijnige toets verknoeit het gerecht al snel. Wie dit pikante gerecht niet aandurft, gebruikt gewoon een pepertje minder, of laat de zaadjes weg!

Nodig (voor 3-4 personen)

  • 500 g verse penne, verkrijgbaar in de versafdeling van de supermarkt, of bij een Italiaanse traiteur
  • 2 ajuinen
  • 3 teentjes look
  • 2 rode pepers
  • 800 g gepelde tomaten in blokjes, in blik
  • 1 koffielepel suiker
  • 200 g kerstomaatjes
  • Verse basilicum
  • Parmezaanse kaas
  • Olijfolie

Bereiding

Tijdens een vakantie in Italië genieten verse tomaten natuurlijk mijn voorkeur. Of voor de Belgische tomaten in de zomer wil ik ook nog een uitzondering maken, als ze zelfs hier een mooie dieprode kleur krijgen. Verder verkies ik de ingeblikte versie van Elvea boven de bijna oranje tomaten met weinig smaak die hier vaak verkocht worden.
Snij de ajuinen in stukjes, snipper de look ultra-fijn, en snij de rode pepers (met zaadjes, we gaan hier voor pikant he) in halve ringen. Stoof aan in flink wat olijfolie, en voeg dan de tomatenblokjes toe. Vul het lege blik met water, en voeg het water toe aan de pan. Doe er nog een koffielepel suiker in, dat benadrukt de zoete smaak van de tomaten, en kruid met peper en zout. Laat rustig een half uur sudderen, zonder deksel.
Het pruttelen zorgt ervoor dat de smaken zich vermengen, dat de tomatenblokjes transformeren in een saus, en dat er een egaal pikante smaak ontstaat.
Rasp ondertussen al wat parmezaanse kaas, en verzamel een handvol basilicumblaadjes. Voeg dan de pasta toe aan de saus.
He? Ben ik iets vergeten? ‘Kook de pasta’ misschien? Nee. Dat is het voordeel (naast de smaak natuurlijk) van verse pasta. Die kan gewoon garen in de saus en neemt ondertussen lustig de smaken van de saus op. Wa-haw.
Roer geregeld, en voeg eventueel wat extra water toe als er teveel vocht verdampt is of opgenomen werd door de pasta. Voeg na 5 minuten de kerstomaten toe, zodat ze warm en zacht worden, maar toch ook niet helemaal tot moes gekookt worden. De pasta heeft ongeveer 8-9 minuten nodig, dus proef dan eens of hij beetgaar is. Scheur er de basilicumblaadjes over, en bestrooi met de parmezaanse kaas.
De zomer in Italië, recht op uw bord!